Carel Albert van Woelderen

Als we het leven van de voormalige burgemeester willen omschrijven dan is het hier, in de context van zijn stadspark, wel het moment voor. Niet in zijn geheel maar wel over een tweetal aspecten uit zijn productief leven die belicht moeten worden. Wie echter een overzichtelijk en compleet beeld van deze erudiete en vooruitziende leider wil krijgen dan is het boek aan de hand van zijn enig kind Helene met als titel ‘Woelwater’ (vanaf hier ww voor de bronmelding) een leidraad.

Carel Albert van Woelderen met zijn dochter in de tuin

Carel Albert van Woelderen met zijn dochter in de tuin van het Wooldhuis in 1934

Een foto uit het atelier van de Haagse hoffotograaf Franz Ziegler

Rechts een foto uit het atelier van de Haagse hoffotograaf Franz Ziegler, circa 1949, met een clair-obscure effect. Van Woelderen woonde toen in Wassenaar. Vader en dochter hadden een warme band.

(Bron: Zeeuws Archief, Fotocollectie Vlissingen, nrs. 54476 en 54477)

Was hij een onrustige, woelige persoon?

Omslag van het boek met een afbeelding van de haven zoals het eruit zag in 1922.

Was hij een onrustige, woelige persoon? Woelwater, samen met Woelie, waren wel zijn roepnamen als populaire cavalerist bij het leger. Zeker is het dat rondom de twee wereldoorlogen het allesbehalve rustig was. Wat we vooral onder de loep willen nemen zijn de jaren in de aanloop naar Troelstra’s machtsovername poging in het land en zijn liefde voor de natuur.

Groot respect voor het cultuurlandschap en een degelijke kennis van de Zeeuwse natuur

De ouders van Carel Albert hadden een bijzondere belangstelling voor het verleden, de plek waar zij woonden, tradities en gewoonten. Van zijn moeder leerde hij bovendien de liefde voor de natuur. Samen met zijn vriendjes, maar ook vaak alleen, legde hij te voet kilometers af over het eiland Walcheren. Er was geen kerkpaadje of wegeling dat hij niet kende met de specifieke begroeiing er omheen. Deze eeuwenoude wandelpaadjes over het eiland vormden energielijnen naar krachtplaatsen waardoor het hele ronde eiland een krachtpatser was. Ook was hij gefascineerd door de Nehalennia beelden en de mythische geschiedenis hieraan verbonden. Al vroeg leerde hij tuinieren van zijn moeder. Zij was een uitstekende kruidkundige die zelfs huisdrankjes maakte voor haar eigen dokter. Ondanks het feit dat hij op vijftienjarige leeftijd het eiland verliet om pas terug te keren op zijn tweeënveertigste was zijn genegenheid voor zijn geboorteplek diep in hem wortel geschoten. Het was een soort krachtbron geworden waaruit hij tot aan het einde van zijn dagen kon blijven putten (ww p.29).

Jachtpartij in de bossen van de Manteling.

Jachtpartij in de bossen van de Manteling. Van Woelderen met casquette als zesde van links. Jaren ’30.

Jachtpartij in de bossen van de Manteling.

Zijn belangstelling voor dieren, vooral paarden, bracht hem uiteindelijk op vijftienjarige leeftijd, in 1892, richting een militaire loopbaan. Op het einde van de 19e eeuw was het paard tot aan de komst van de verbrandingsmotor en de tank begin 20e eeuw nog steeds belangrijk bij het leger. Zijn kennis voor paarden groeide daarna alleen maar verder uit.

Carrière in het leger, zijn belangrijke functie bij de GSIII (voorloper van de A.I.V.D.) en zijn ingreep bij de Troelstra ‘vergissing’

De 15-jarige cadet in Alkmaar, circa 1892.

De 15-jarige cadet in Alkmaar, circa 1892.

Kaiser Wilhelm II met snor

Carte-de-visite van 2e luitenant en cavalerist C.A. van Woelderen, albuminedruk via papier en emulsie, door Carl Wilhelm Bauer (1844-1911), circa 1899-1902, met Kaiser Wilhelm II snor

Aangemoedigd door zijn ooms die militair waren deed Albert op zijn vijftiende examen voor cadet in Alkmaar om uiteindelijk cavalerist bij de Gele Rijders, een keurkorps uit die tijd, te worden.

In de zomer van 1904 kreeg hij een promotie en werd hij gestationeerd in het garnizoen van Zwolle. Op 1 april 1906 schreef hij in een brief aan zijn jongste zus Tin dat hij ‘spoedig een majoors garnizoenscommandant zou worden van Dordrecht’ (ww p.45).

Echter kort daarna tijdens een oefening in de vroege zomer van 1906 met de cavalerie in het legerkamp van Ommen valt van Woelderen van zijn paard en breekt zijn linkerknie. Van het legerhospitaal in de directe buurt wordt hij vervolgens naar Zwolle overgebracht waar hij zes weken plat moest liggen van de legerartsen. Maar het wordt snel duidelijk dat hij voor de dienst definitief zal worden afgekeurd. Als geboren optimist maakt hij op bed tijdens zijn revalidatie al nieuwe plannen. Hij is dan 29 en heeft geen tijd te verliezen want hij wil rechten gaan studeren. In het ziekenhuis laat hij boeken komen voor het kandidaatsexamen (waarvoor hij in 1910 slaagt) maar hij moest eerst beginnen met het leren van Latijn en Grieks. Vooral het Grieks fascineert hem dusdanig dat hij zich als eerste aan de vertaling direct uit het Grieks van Xenophons ‘Paardrijden’ waagt.

Er bestond merkwaardig genoeg nog geen Nederlandse vertaling en als getraind ruiter weet van Woelderen de Griekse uitdrukkingen adequaat te vertalen.

Gesigneerde pagina met een persoonlijke boodschap
Een illustratie met commentaar van de (in 1915 nog net niet) burgemeester.

Derde gesigneerde pagina met een persoonlijke boodschap voor de Vlaamse schilder Gerard Jacobs die het boek mocht ontvangen.

De kunstenaar had meegewerkt aan ‘het samenstellen aan den allegorische optocht’ (erewacht en defilé) t.g.v.  het officieel bezoek van koningin Wilhelmina aan Vlissingen op 15 september 1921 (Bron voor de foto: Historische Collectie Korps Nationale Reserve). (Zie ook het persoonlijke dankbriefje van de burgemeester gedateerd 7 november 1921 dat in het boek werd gevonden).

Rechts een illustratie met commentaar van de (in 1915 nog net niet) burgemeester.

(Bron: Jean-Marie van Isacker)

Gerard Jacobs, Donderbui boven Nolledijk met hoogaarzen aan de horizon

Gerard Jacobs, De ingang van het Haventje van Meijer, gezien vanuit het huidige badstrand of voormalig Paviljoen Juliana aan Boulevard Evertsen’, 1935 (Dit schilderij illustreert hoe de situatie eruit zag bij laag water tijdens een donderbui met hoogaarzen aan de horizon en een ochtendzon. Het Haventje van Meijer was toen de gecombineerde uitwatering voor de Spuikom en de Vlissingse watergang). Samen met van Woelderen richtte Jacobs in 1920 kunstkring “Het Zuiden” op. Van Woelderen streefde niet alleen naar een economische opleving van Vlissingen maar wilde ook het culturele leven naar een hoger peil brengen. Hij werd erevoorzitter van de kunstkring rondom Jacobs. Het houten badpaviljoen Juliana op Boulevard Evertsen werd door de gemeente verbouwd tot expositieruimte met tearoom waar in de zomer van 1920 de eerste groepstentoonstelling van kunstkring “Het Zuiden” werd gehouden. Naast werken van Jacobs hingen er onder meer schilderijen van zijn echtgenote Josephine Hendrickx, Willem Schutz, Gerard Bergsma, Louis Heijmans en Cor Ritsema. De leden van kunstkring “Het Zuiden” schilderden in een herkenbare stijl, dit in tegenstelling tot de kunstenaars die zich in Domburg hadden gevestigd en zich steeds meer toelegden op abstracte werken (o.a. Toorop en Van Doesburg). De eerste tentoonstelling werd een succes en het aantal leden van kunstkring “Het Zuiden” bleef uitbreiden. Zo trad in het eerste jaar ook architect Berlage tot de kunstkring toe. Kunstkring “Het Zuiden” kende in de jaren twintig van de twintigste eeuw een sterke bloeiperiode. (Bron: foto & collectie: Zeeuws maritiem muZEEum)

Tot de zomer van 1914 studeert van Woelderen verder voor zijn meesterstitel rechten. Hij is in juni klaar voor zijn doctoraal maar perfectionistisch als hij is durft hij het examen nog niet aan en stelt het uit tot september. Hij zal hierdoor nooit officieel meester in de rechten worden en dat heeft hem jarenlang, vooral in zijn functie van burgemeester, dwarsgezeten (ww p.38). Want op 4 augustus verneemt hij dat de oorlog is uitgebroken. Hij telegrafeert, als trouwe vaderlandlievende royalist, nog dezelfde dag naar de Nederlandse opperbevelhebber om zich onmiddellijk als vrijwilliger in te zetten voor de verdediging van het land.  Hiermee trekt hij definitief een streep door zijn doctoraal rechten dat hij de volgende maand had kunnen behalen.

Ritmeester/luitenant H.A.C. Fabius en rechts Kapitein der Artillerie C.A. van Woelderen

Rechts: Hoofden van de Generale Staf III: Ritmeester/luitenant H.A.C. Fabius en rechts Kapitein der Artillerie C.A. van Woelderen (Bron: Cultureel erfgoed)

Een paar dagen later krijgt hij bericht dat hij zal opgeroepen worden maar er volgt een wekenlange stilte met duimendraaien. De eerste oorlogsmaand bereikt de kersverse vrijwilliger geen enkel bericht van indeling bij enig krijgsmachtonderdeel en hij verveelt zich sierlijk. Hij besluit om contact te nemen met zijn vriend kapitein (later ritmeester/luitenant-generaal) H.A.C. Fabius. Dat blijkt een goede stap te zijn. Fabius is al een jaar lang bezig met het opzetten van een geheime inlichtingendienst, een in Nederland op dat moment nog onbekend fenomeen, en hij ziet daarbij een rol voor van Woelderen weggelegd (ww p.40 tot ww p.50). C.A. van Woelderen wordt benoemd tot ondercommandant van GSIII (Generale Staf III, zo heette de inlichtingen dienst in het begin). In 1915 volgt bevordering tot de rang van kapitein der artillerie. Aanvankelijk bestaat de hele GSIII uit drie man: Fabius, van Woelderen en een derde militair,

Maar tegen het einde van de oorlog waarin Nederland neutraal bleef, is de dienst uitgegroeid tot een voortreffelijk geheel van vijfentwintig man.

De afscheidsfoto van GSIII
Pieter Jelles Troelstra, Tekening van Albert Hahn

De onderlinge samenwerking is zo goed dat er een hechte band ontstaat tussen Fabius en zijn ondercommandant.  Van Woelderen zal zijn hele leven lang bevriend blijven met Fabius en zijn jonge vrouw. Van Woelderen werkt van 1914 tot 1919 als GSIII-officier en houdt in de periode van 16 juli 1916 tot 24 juli 1919 een oorlogsdagboek bij, waarvan delen later zijn gepubliceerd in de militaire bladen ‘Het Leger’ en ‘De Militaire Spectator’. Later zal blijken dat dit dagboek over de revolutie van november 1918 vrijwel de enige betrouwbare berichtgeving was, die nationaal nieuws werd. GSIII ontwikkelt zich in het neutrale Nederland tot een belangrijke bron van internationale informatie. Zij krijgen zowel van de Duitsers als de Engelsen inlichtingen en slagen er volgens het dagboek in om zowel de Britse als de Duitse code re kraken. Een van hun Nederlandse agenten met vanuit strategisch oogpunt de belangrijkste Britse contacten is de jonge F. van ’t Sant, hoofd van de Rotterdamse rivierpolitie.  Van Woelderen heeft dan ook veelvuldig contact met hem, zo blijkt uit zijn dagboek. De naam van ’t Sant kreeg later veel bekendheid over zijn belangrijke dubbele rol bij de Britse inlichtingendiensten en ook in verband met de zijn bijdrage in het ‘sussen’ van de affaire Leroy (echte naam Louisa de Rooy, geboren 7 februari 1894 te Tilburg), de buitenechtelijke relatie van prins Hendrik met zijn maîtresse van wie hij een zoon zou krijgen (ww. p. 43 en 44).

Om de militaire loopbaan van C.A. van Woelderen compleet in beeld te krijgen dient zijn rol en die van de GSIII in de laatste oorlogsdagen vermeld te worden. Tegen het einde van de oorlog veranderde het karakter van de GSIII-activiteiten. In Rusland hadden de bolsjewieken in oktober 1917 de macht gegrepen en overal in Europa was revolutionair gerommel te horen. “GSIII verandert nu van inlichtingendienst voor het buitenland tot inlichtingendienst voor het binnenland,” noteert van Woelderen op 12 september 1918 in zijn dagboek.

Pieter Jelles Troelstra, Tekening van Albert Hahn

Pieter Jelles Troelstra, Tekening van Albert Hahn

Troelstra in 1912

Troelstra in 1912 – (Bron: IISG – http://search.socialhistory.org/Record/712625)

Arlman & Mulder, ‘Van de Prins geen Kwaad’: ‘GSIII gebruikt nu zijn contactmensen in het land om socialistische en anarchistische groepen in de gaten te houden. Van ’t Sant stuurt een rapport op 17 september over een in Utrecht gehouden vergadering van het Revolutionair Socialistisch Comité naar het hoofdkwartier van GSIII. In dezelfde maand is er een mislukte revolutiepoging van Troelstra. Van Woelderen is nauw betrokken bij het samenroepen der militairen op het Malieveld in den Haag voor de eed van trouw en de huldiging van de koningin en de jonge prinses Juliana’.

G.A. de Kok schrijft in de ‘De Koninklijke Weg, de Schelde hondert jaar’ (Den Boer, 1975) over Het Malieveld, 18 november 1918:

‘Goede regie achter de schermen. Bond van regeeringsgetrouwen voorgesteld door een kapitein van GSIII, C.A. van Woelderen. Hij was een Vlissinger. In deze woelige dagen zag hij kans allerlei activiteiten te organiseren, waardoor in het leger een anti-Troelstrabeweging op gang kwam. Diezelfde avond brandde na vier jaar voor het eerst de Westkappelse vuurtoren weer.’

Het standaardwerk over de gestopte revolutie, een boek van uitstekende kwaliteit, is van H.J. Scheffer: ’Journaal van een revolutie die niet doorging’ (Arbeiderspers, 1968). Van Woelderen wordt hierin telkens aangehaald. Scheffer volgt de aanloop tot de mogelijke omverwerping van het vorstenhuis en de speeches van Troelstra dagelijks op de voet: “Van Woelderen was bijzonder goed geïnformeerd” (pag. 122), “Van Woelderenkon hier en daar belangrijke invloed op de besluitvorming uitoefenen” (13 november, pag. 147). Het is van Woelderen die het initiatief neemt tot het bijeenroepen van een invloedrijke groep militairen. Op het moment dat hem bekend wordt dat Troelstra en de zijnen trachten het Nederlandse leger te demoraliseren door het gerucht te verspreiden dat het leger verdeeld is en de belangrijkste afdelingen niet meer achter het vorstenhuis staan.

Van Woelderen stelt de bijeen geroepenen voor om te gaan opereren onder de naam ‘Bond van Regeeringsgetrouwen’, hetgeen de aanwezigen unaniem toejuichen. Ook het plan om diezelfde dag nog een pamflet in 500.000-voudte verspreiden wordt door van Woelderen geëntameerd en vervolgens uitgevoerd; hij beschikt uit hoofde van zijn functie over alle daarvoor in aanmerking komende namen en adressen. In zijn dagboek schrijft hij dat hij er nog 20.000 moet verzenden, “morgen moet alles in zee zijn.” Voor alle duudelijkheid schrijft hij er nog bij: “De beweging is spontaan uit het leger losgekomen.” Op 13 november meldt van Woelderen dat GSIII het gesprek tussen Troelstra en Alberda (een mede-socialist) heeft afgeluisterd en dat de laatste ”vol kritiek op Troelstra” is.

In Scheffers boek komt duidelijk naar voren dat Troelstra begint te weifelen en op het congres als spreker niet komt opdagen, hetgeen verwarring onder zijn aanhangers sticht. Inmiddels proclameert burgemeester Patijn in Den Haag dat op maandag 18 november om één uur in de middag de koningin op het Malieveld zal verschijnen. Die zondag daarvoor is er een groots trouw betoon in de Willemskerk en trekken duizenden onder het zingen van nationale liederennaar het paleis Noordeinde, waar de koningin met prins Hendrik en hun negenjarige dochter prinses Juliana op het balkon verschijnen en luid worden toegejuicht.

Het open hofrijtuig met de koningin en Juliana wordt op het Malieveld door soldaten getrokken.

Het open hofrijtuig met de koningin en Juliana wordt op het Malieveld door soldaten getrokken.

Op maandag “bruischt het in de Residentie van oranje-liefde” schrijft Van As in November-Alarm, (pag. 196):

“Men ontmoette nauwelijks menschen zonder die kleur op jas of hoed, de trams reden bevlagd door bevlagde straten…blijdschap en dankbaarheid over het feit dat Nederland onder het bestuur van Koningin Wilhelmina ongeschonden in den baaierd van den oorlog was staande gebleven.”

De Nederlander van 18 november 1918 meldt:

“Te 1 uur kwamen de twee hofrijtuigen langs de Princessegracht aangereden: in het eerste rijtuig hadden plaatsgevonden de Koningin met den Prins en Prinses Juliana, in het tweede rijtuig eenige hofdames. Tot de Boschbrug werd het rijtuig getrokken door twee paarden, bestuurd door een hof koetsier. Maar toen veranderde het! Aan de ingang van het Malieveld stonden gereed de 2e sectie Schoolcompagnie en de 1e sectie van den Vrijwilligen Landstorm, die den verwonderden koetsier verzochten af te stijgen, de paarden van het Koninklijk rijtuig afspanden en onder groot enthousiasme van de dicht opeengepakte omgeving zelf het rijtuig met zijn kostbare last naar het Malieveld voortbewogen. Een onbeschrijflijk enthousiasme maakte zich op het gezicht van dit toneel van de duizenden meester. Men wuifde met hoeden, handen, petten…Leve Oranje! Leve het Prinsesje! Daverde het door de luchten toen de Kon. Militaire Kapel het Wilhelminus inzette en dit door duizenden werd medegezongen, toen onze Koningin zich zoo zag gedragen door haar volk, toen alles steeds meer opdrong om een groet van Koningin of Prinses te mogen ontvangen…toen werd het haar te machtig. Daar stond zij, onze Vorstin, met tranen geroerd, met de arm geslagen om Haar dochter, die met beide handjes meewuifde.”

De tocht over het Malieveld met burgemeester Patijn

De tocht over het Malieveld met burgemeester Patijn en de veldpredikant ds. Scholten op de treeplank van het rijtuig van de koningin en baron van Geen, de particulier secretaris van de koningin, op de achteras, duurde tot half drie. Na het ‘Nun danket Alle Gott’, gezongen door Die Haghe-Sanghers, trok de stoet via het Voorhout naar het paleis Noordeinde.
Scheffer vervolgt:

“Wie zal twijfelen aan de oprechte gevoelens van het oude vrouwtje met haar rozen en van die vele duizenden, die zich de keel schor schreeuwden en zongen? Niemand natuurlijk, maar geschiedde alles wel zo spontaan en bij toeval, zoals al de kleurrijke beschrijvingen ons suggereren? Het voorstel tot de huldiging op het Malieveld moet zijn uitgegaan van de Bond van Regeeringsgetrouwen en het ligt voor de hand dat de Bond het plan had voorgelegd aan Wilhelmina toen een delegatie de vorstin op zaterdag bezocht…Het was ds. Scholten als
voorzitter van de Bond van Regeeringsgetrouwen die de manifestatie grotendeels had voorbereid.”

Helene van Woelderen, pagina 48 tot en met 50:
Bij mij werden deze gebeurtenissen door mijn vader in de jaren dertig als klein meisje voor altijd in het geheugen gegrift. Honderden malen heeft hij ze mij verteld en ik kon er maar niet genoeg van krijgen: “Hé toe, pappie, vertel me nog eens van die paarden en de koningin.” En daar ging hij weer: dat hij dat van de menselijke paarden zelf mee had georganiseerd, en hoe hij in een uniform blootshoofds naar de koningin had staan zwaaien tussen al die andere mensen, en hoe hij vlak bij haar was gaan staan om haar te beschermen. Soms liet hij de foto zien waarop hij inderdaad niet ver van de tribune stond.
In mijn herinneringen was dat een Walcherse boerenhuifkar waar zij op stond, met Juliana
net zo groot als ik. Een koningin die huilde en op wie alle soldaten, inclusief mijn vader, verliefd waren. Waarom al dat volk daar zo enthousiast deed, ontging me vooralsnog, maar dat was nou de koningin aan wie ik bloemen had gegeven en weer zou geven. De oranjegezindheid is daarmee voor goed op mij overgeslagen en was onze bron van hoop in de laatste wereldoorlog.
Nu we de achtergrond van de rol van kapitein van Woelderen bij het stopzetten van Troelstra’s rode revolutie wat nader hebben leren kennen, is het niet meer zo verwonderlijk dat de koningin hem een jaar later buiten de voordrachten om tot burgemeester van haar markiezenstad benoemde.

Lieutenant-kolonel A. Wolting schrijft in De Militaire Spectator van 1966:

“De Nederlandse inlichtingendienst heeft toen een belangrijke rol gespeeld voor koningin en land. En dat terecht om de beloofde trouw en gehoorzaamheid, die vooral bleek bij de huldiging van koningin Wilhelmina op het Malieveld in Den Haag. De gebeurtenissen uit die dagen vinden we met tal van historische bijzonderheden weergegeven in het dagboek van
kapitein C.A. van Woelderen, toen werkzaam op GSIII en door hem afgestaan aan de sectie krijgsgeschiedenis. Ook nu valt het weer op, dat deze inlichtingenofficier, afgekeurd voor artilleriedienst, de voor zijn functie zo belangrijke gave had, steeds in staat te zijn van actuele gebeurtenissen de draagwijdte te zien en direct de nodige maatregelen te adviseren. De betekenis van de ontvangen inlichtingen zag vooral Van Woelderen scherp, met oorzaak en gevolg.”

Dit was dus ook een der redenen op grond waarvan Van Woelderen buiten de vacature om in oktober 1919 door de koningin persoonlijk tot burgemeester werd benoemd. Terzelfdertijd ontving hij bericht dat hij bevorderd was tot chef van de GSIII. Hij verkoos echter de benoeming naar zijn vaderstad.

Zijn training in de inlichtingendienst heeft hem tijdens de Tweede Wereldoorlog onschatbare diensten bewezen. Zijn militaire inzicht in de internationale toestand heeft hem en zijn omgeving in 1940/’45 voor veel illusies gespaard. Hij zei altijd: ‘Deze tweede oorlog zal niet korter duren dan de eerste, maar we zullen overwinnen.’ Hij zou gelijk krijgen en zijn hoop zou velen met hem de moed geven om door te zetten. Eerst gaat hij jaren van werk en welvaart tegemoet in het socialistische Vlissingen, waar hij zich als outsider en een opponent moet hebben gevoeld. Het zal lang duren voordat hij de volle waardering van de Vlissingers voor zich weet te winnen. Dat zal uiteindelijk pas in de Tweede Wereldoorlog gebeuren, wanneer men hem vooral leert waarderen om zijn kalmte, zijn innerlijke rust en onverstoorbaarheid te midden van alarm en doodsgevaar.

Zie de historische beelden uit deze korte film.

Informatief is deze 22 minuten durende exposé van Andere Tijden met een andere kijk op deze ‘woelige’ periode.

Epitaph: Op weg naar een Derde Wereldoorlog

Op het moment dat wij dit schrijven kunnen wij in alle veiligheid (nu nog) stellen dat de eerste salvo’s van de Derde Wereldoorlog afgevuurd zijn met een tweede, ‘niet geprovoceerde’, aanval op Iran. Ook wordt het conflict in Oekraïne nooit meer op een vreedzame manier opgelost. Dat er in West-Europa nog een intentie is om maar iets recht te zetten bij de meer dan 30 jaar lange expansie van de NAVO-alliantie richting de Dnjepr is de reinste onzin. Men is niet meer capabel lessen te trekken uit Napoleons optocht naar Moskou en uit Hitlers suïcidale aanval (operatie Barbarossa) op Rusland. Nucleaire wapens zijn geen afschrikkingsmiddel meer want MAD bestaat niet meer. Ze worden zelfs gepromoot door Macron!

Het open hofrijtuig met de koningin en Juliana wordt op het Malieveld door soldaten getrokken.

Foto uit het boek van Helene. Na vrij gekomen te zijn in 1943 uit het Oranje Hotel in Scheveningen waar politieke gevangenen streng beveiligd werden dook van Woelderen gedurende de laatste twee jaren van de oorlog in het verzet. Zijn ervaring als voormalig hoofd inlichtingendienst GSIII leidde tot het redden van tal van levens op Walcheren gedurende de Tweede Wereldoorlog.

Kortom, wij zijn beland in Wereld Oorlog III en het wil maar niet binnendringen in de hoofden van het grof publiek dat men er kruipender wijs verplicht ingeluisd wordt via allerlei constructies en verplichte financiële ‘veiligheids-’ en ‘vrijheidsbijdragen’. Dit gaat gepaard met de nodige propaganda (zie hier en hier) en controlesystemen die de GSIII nu doen verbleken. Het sociaal vangnet die wij opgebouwd hebben sinds de Troelstra couppoging op de valreep van de Eerste Wereldoorlog wordt nu in rap tempo afgebroken, een soort van ‘controlled demolition’. En dat niet alleen in Nederland maar ook (en vooral) dankzij het Teutoons en Baltisch kwartet in Brussel. En dus draaien we de klok weer 100 jaar terug.

Een grote luxe sauna en wellness in stadion vorm met 48 hotelkamers in het midden van een bijna 48 hectare tellende stadspark dat gesticht is door een burgemeester die het redden van het koningshuis in november 1918 heeft geïnitieerd. En dat gedurende een cruciale fase van geopolitieke ontwikkelingen? Really? Is this a  joke?